Euripides
(Tragisch toneelschrijver, Grieks, ca. 480 – ca. 406 v.Chr.)
Inleiding
Euripides was de laatste van de drie grote tragedieschrijvers van het klassieke Griekenland (de andere twee waren Aeschylus en Sophocles). Grotendeels door een speling van het lot zijn achttien van Euripides’ vijfennegentig toneelstukken in hun geheel bewaard gebleven, samen met fragmenten (sommige aanzienlijk) van veel van zijn andere werken.
Hij staat vooral bekend om het hervormen van de formele structuur van de traditionele Griekse tragedie door sterke vrouwelijke personages en intelligente slaven te introduceren, en door veel helden uit de Griekse mythologie te bespotten. Hij wordt beschouwd als de meest maatschappijkritische van alle oud-Griekse tragedieschrijvers, en zijn toneelstukken komen vrij modern over in vergelijking met die van zijn tijdgenoten.
Biografie – Wie is Euripides
Volgens de overlevering werd Euripides geboren op Salamis in 480 v.Chr., op de locatie en op de dag van de grootste zeeslag van de Perzische Oorlogen (hoewel andere bronnen schatten dat hij al in 485 of 484 v.Chr. geboren werd). Zijn familie was waarschijnlijk welvarend en invloedrijk, en als jongeling diende hij als schenker voor de dansers van Apollo, hoewel hij later de religie waarmee hij opgroeide in twijfel begon te trekken, blootgesteld als hij was aan filosofen en denkers als Protagoras, Socrates en Anaxagoras.
Hij trouwde tweemaal, met Choerile en Melito, en had drie zonen en een dochter (die, zo ging het gerucht, gedood werd na een aanval door een dolle hond). We hebben weinig tot geen informatie over Euripides’ openbare leven. Het is waarschijnlijk dat hij gedurende zijn leven deelnam aan diverse openbare of politieke activiteiten, en dat hij ten minste eenmaal naar Syracuse op Sicilie reisde.
Volgens de traditie schreef Euripides zijn tragedies in een heiligdom dat bekendstond als De Grot van Euripides, op het eiland Salamis, vlak voor de kust van Piraeus. Hij nam voor het eerst deel aan de Dionysia, het beroemde Atheense dramatische festival ter ere van Dionysus, in 455 v.Chr., een jaar na de dood van Aeschylus (hij eindigde als derde, naar verluidt omdat hij weigerde in te spelen op de grillen van de juryleden). Het duurde zelfs tot 441 v.Chr. voordat hij de eerste prijs won, en gedurende zijn hele leven behaalde hij slechts vier overwinningen (en een postume overwinning voor “De Bacchanten”), omdat veel van zijn toneelstukken als te controversieel en onconventioneel werden beschouwd voor het Griekse publiek van die tijd.
Verbitterd door zijn nederlagen in de Dionysia-toneelwedstrijden verliet hij Athene in 408 v.Chr. op uitnodiging van koning Archelaus I van Macedonie, en hij bracht zijn resterende dagen door in Macedonie. Men neemt aan dat hij daar stierf in de winter van 407 of 406 v.Chr., mogelijk door zijn eerste blootstelling aan de strenge Macedonische winter (hoewel er ook een onwaarschijnlijke verscheidenheid aan andere verklaringen voor zijn dood is voorgesteld, zoals dat hij gedood zou zijn door jachthonden, of uit elkaar gescheurd door vrouwen).
Werken
Het relatief grote aantal bewaard gebleven toneelstukken van Euripides (achttien, met evenveel in fragmentarische vorm) is grotendeels te danken aan een toevallige ontdekking: het “E-K”-deel van een meerdelig, alfabetisch geordend verzamelwerk dat zo’n achthonderd jaar in een kloostercollectie had gelegen. Zijn bekendste werken zijn onder meer “Alcestis”, “Medea”, “Hecuba”, “De Trojaanse Vrouwen” en “De Bacchanten”, alsook “Cycloop”, het enige volledig bewaard gebleven saterspel (een oud-Griekse vorm van tragikomsdie, vergelijkbaar met de moderne burleske stijl).
Aan de plotvernieuwingen die Aeschylus en Sophocles hadden geintroduceerd, voegde Euripides nieuwe niveaus van intriges en komische elementen toe, en hij schiep ook het liefdesdrama. Sommigen hebben gesuggereerd dat Euripides’ realistische karakteriseringen soms ten koste gingen van een realistisch plot, en het is waar dat hij soms gebruikmaakte van de “deus ex machina” (een plotmiddel waarbij iemand of iets, vaak een god of godin, plotseling en onverwacht wordt geintroduceerd om een gekunstelde oplossing te bieden voor een ogenschijnlijk onoplosbaar probleem) om zijn stukken af te ronden.
Sommige commentatoren hebben opgemerkt dat Euripides’ nadruk op het realisme van zijn personages simpelweg te modern was voor zijn tijd, en zijn gebruik van realistische personages (Medea is een goed voorbeeld) met herkenbare emoties en een ontwikkelde, veelzijdige persoonlijkheid kan juist een van de redenen zijn geweest waarom Euripides minder populair was in zijn eigen tijd dan sommige van zijn rivalen. Hij was zeker geen vreemde van kritiek, en werd regelmatig aan de kaak gesteld als godslasteraar en vrouwenhater (een nogal vreemde beschuldiging gezien de complexiteit van zijn vrouwelijke personages) en veroordeeld als een minderwaardig vakman, vooral in vergelijking met Sophocles.
Tegen het einde van de 4e eeuw v.Chr. waren zijn drama’s echter de populairste geworden, mede dankzij de eenvoud van de taal in zijn stukken. Zijn werken hadden een sterke invloed op de latere Nieuwe Komedie en het Romeinse drama, en werden later bewonderd door de 17e-eeuwse Franse classicisten zoals Corneille en Racine, en zijn invloed op het toneel reikt tot in de moderne tijd.
Belangrijkste werken
Hieronder volgen de bewaard gebleven toneelstukken van Euripides:


