Rome

Classical

De Romeinse literatuur, geschreven in de Latijnse taal, blijft een blijvend erfgoed van de cultuur van het oude Rome. Enkele van de vroegst overgeleverde werken zijn historische heldendichten die de vroege militaire geschiedenis van Rome verhalen, gevolgd (naarmate de Republiek zich uitbreidde) door poëzie, komedies, geschiedschrijvingen en tragedies.

Buste van Catullus

Buste van Catullus

De Latijnse literatuur leunde zwaar op de tradities van andere culturen, met name de meer gerijpte literaire traditie van Griekenland, en de sterke invloed van eerdere Griekse auteurs is duidelijk waarneembaar. Er zijn weinig werken uit het Vroeg- en Oudlatijn bewaard gebleven, hoewel enkele toneelstukken van Plautus en Terentius tot ons zijn gekomen.

De “Gouden Eeuw van de Romeinse Literatuur” wordt doorgaans geacht de periode te bestrijken van ongeveer het begin van de 1e eeuw v.Chr. tot het midden van de 1e eeuw n.Chr.

Catullus was een pionier in het naturaliseren van Griekse lyrische versvormen in het Latijn in zijn zeer persoonlijke (soms erotische, soms speelse, en vaak scheldende) poëzie.

De helleniserende tendensen van de Gouden Eeuw van het Latijn bereikten hun hoogtepunt in de epische poëzie van Vergilius, de oden en satiren van Horatius en de elegische coupletten van Ovidius.

De “Zilveren Eeuw van de Romeinse Literatuur” strekt zich uit tot in de 2e eeuw n.Chr., een periode waarin de welsprekende, soms bombastische poëzie van Seneca de Jongere en Lucanus plaatsmaakte voor de meer ingetogen, classicistische stijl van de brieven van Plinius de Jongere en de krachtige satiren van Juvenalis.

Latijns Vers Net als in Griekse verzen bestaan regels van Latijnse verzen uit “voeten”, die worden bepaald door lange en korte vormen van klinkers in plaats van beklemtoonde en onbeklemtoonde lettergrepen zoals in de Engelse poëzie. De voeten kunnen spondeeën (lang-lang), dactylen (lang-kort-kort) of trocheëen (lang-kort) zijn, en ze kunnen op verschillende manieren worden gecombineerd afhankelijk van het specifieke metrum (bovendien kan er enige flexibiliteit zijn in de patronen, met name bij de eerste en laatste voeten, zelfs binnen een bepaald metrum).

Er worden een aantal verschillende metra veelvuldig gebruikt in de klassieke Latijnse poëzie, vrijwel allemaal geïnspireerd door Griekse en Hellenistische originelen.
Het meest voorkomende is het dactylische hexameter (het traditionele epische metrum van zes voeten per regel), gevolgd door elegische coupletten (een regel dactylisch hexameter gevolgd door een tweede regel gemodificeerd dactylisch pentameter, vaak gebruikt in liefdespoëzie) en hendecasyllabische verzen (waarbij elke regel elf lettergrepen heeft, waaronder een choriambus van vier lettergrepen: lang-kort-kort-lang).

Wanneer een woord eindigt op een klinker of tweeklank (en soms ook woorden die eindigen op “m”), en het volgende woord begint met een klinker, tweeklank of de letter “h”, dan telt de klinker (eventueel plus de “m”) van het eerste woord metrisch niet mee (dit heet elisie), tenzij de dichter ervoor kiest ze bewust gescheiden te houden als uitzondering op de regel (bekend als hiatus).

Een caesuur (wanneer een woord eindigt in het midden van een voet, soms maar niet altijd vergezeld van een zinspauze en interpunctie) kan worden gebruikt om een regel in tweeën te delen en de dichter in staat te stellen het basismetrische patroon waarmee hij werkt te variëren. Wanneer een caesuur samenvalt met een zinspauze, dient er bij het lezen een korte pauze te worden gemaakt.

Korte vermelding verdient ook een minder bekend genre, dat van de antieke roman of prozafictie. Twee van dergelijke oude Romeinse romans zijn tot ons gekomen: de *“*Satyricon” van Gaius Petronius (1e eeuw n.Chr.) en *“*De Gouden Ezel” (of “Metamorfosen”) van Lucius Apuleius (2e eeuw n.Chr.).

Titelpagina van Ovidius' Metamorfosen

Titelpagina van Ovidius' Metamorfosen

Romeinse literatuur geschreven na het midden van de 2e eeuw n.Chr. wordt vaak gekleineerd en grotendeels genegeerd, en Middeleeuws Latijn werd gewoonlijk afgedaan als “Honden-Latijn”. Toch bleef de Latijnse taal, lang nadat het Romeinse Rijk was gevallen, een centrale rol spelen in de West-Europese beschaving.

Belangrijkste Auteurs:

  • Catullus (lyrisch en elegisch dichter, 1e eeuw v.Chr.)
  • Vergilius (episch en didactisch dichter, 1e eeuw v.Chr.)
  • Horatius (lyrisch dichter en satiricus, 1e eeuw v.Chr.)
  • Ovidius (didactisch en elegisch dichter, 1e eeuw v.Chr. – 1e eeuw n.Chr.)
  • Seneca de Jongere (tragisch toneelschrijver en satiricus, 1e eeuw n.Chr.)
  • Lucanus (episch dichter, 1e eeuw n.Chr.)
  • Juvenalis (satiricus, 1e – 2e eeuw n.Chr.)
  • Plinius de Jongere (briefschrijver, 1e – 2e eeuw n.Chr.)

Aangemaakt:1 januari 2025

Gewijzigd:28 oktober 2024