Offer: Ophanging en Runen

Norse

In de Havamal (“Uitspraken van de Hoge”) beschreef Odin de tijd die hij besteedde aan het leren van magie uit de runen.

138 Ik weet dat ik hing aan een winderige boom
negen lange nachten
gewond door een speer, gewijd aan Odin,
mijzelf aan mijzelf,
aan die boom waarvan geen mens weet
vanwaar zijn wortels ontspringen.

139 Geen brood gaven zij mij, noch een dronk uit een hoorn
omlaag staarde ik;
ik nam de runen op, schreeuwend nam ik ze,
toen viel ik terug vandaar.

Havamal uit de Poetische Edda
vertaald door Carolyne Larrington

Op die winderige dagen hing Odin aan een tak van Yggdrasill, de kosmische Wereldboom, met een touw om zijn nek. Hij leed ook aan een wond die was doorboord door zijn eigen speer (Gungnir).

Odin bleef daar negen dagen en negen nachten. En in de volgende regel [140] leerde Odin negen machtige spreuken van zijn grootvader Bolthor, en dronk hij ook van de kostbare mede uit Odrerir (zie Mede der Dichtkunst). Het getal negen was ook van belang in termen van symboliek en magie.

Vanaf de regels 144-145 spreekt hij niet alleen over het kerven van de runen, maar ook over het offer. Men geloofde dat men alleen magische spreuken van de runen kon leren als men dood was. En aangezien het Odin zelf was die de runen wilde leren, was een offer noodzakelijk. Odin bracht het offer zelf. Daarom hing hij met een beulensstrop om zijn nek, en daarom verwierf Odin de naam – Hanga-tyr (“god van de gehangenen”).

De negende nacht viel samen met het feest van Meiavond (30 april), ook bekend als Walpurgisnacht, waarop Odin zijn negende en laatste spreuk meester werd en de gehangen god ritueel stierf. Tijdens deze laatste nacht werden alle lichten gedoofd bij zijn veronderstelde dood. Het was op dit moment dat chaos en de geestenwereld oppermachtig regeerden en dat hekserij of tovenarij het krachtigst was. Odins dood duurde tot middernacht, waarna het licht zou terugkeren in de wereld. Net als het Keltische Beltane of Meidag werd de nacht gevierd met grote vreugdevuren die over het platteland werden aangestoken.

In het Eddische gedicht Sigrdrifumal (“Lied van Sigrdrifa”) werd de Walkure Sigrdrifa (algemeen bekend als Brynhild) gestraft omdat zij de verkeerde koning had laten sterven in de strijd, waarna Odin haar in slaap bracht met een slaapdrankje. Zij zou een sterveling moeten huwen wanneer zij werd gewekt, maar zij weigerde iemand te trouwen tenzij hij een held was die geen angst kende. Sigrdrifa deelde Odin mee dat zij deze held zou onderwijzen over de machtsrunen. Vanaf regels 5-19 somde Sigrdrifa verscheidene spreuken op met runen. Het waren zegerunen, bierrunen, hulprunen, zeerunen, lidmaatrunen, spraakrunen, geestesrunen en boekrunen.

De meest interessante waren de zegerunen, voor wanneer men de overwinning wenste in een veldslag of gevecht. Sigrdrifa suggereerde dat runen in zwaardgevesten, klingbeschermers en platen moesten worden gekerfd, en dat men vervolgens de naam van Tyr moest aanroepen. Tyr was de god van de oorlog, hoewel Odin de naam Tyr ook gebruikte, zoals Sigtyr, wat god van de overwinning of god van de oorlog betekent.

De geschiedenis van runen en runenafabetten vindt u in De Noorse Levenswijze.

Het is interessant dat de oorsprong van het offeren door ophanging van een slachtoffer al honderden jaren voor het schrijven van de Havamal bestond en was beschreven. Volgens Tacitus, een Romeins geschiedschrijver (fl. 100 n.Chr.), beschreef hij een oudere traditie die werd beoefend door de Cimbren, een oude Germaanse stam. De Cimbren offerden hun slachtoffers aan Wodan (Woden), de Germaanse vorm van Odin (sommigen noemden hem bij zijn Romeinse naam, Mercurius), door hun slachtoffers boven een ketel op te hangen. De priesteres sneed vervolgens de keel van de gehangen slachtoffers door zodat zij in de ketel bloedden, waarna hun lichamen in heilige meren werden geworpen.

Deze gewoonte die door de Cimbren werd beoefend had niets te maken met het leren van runen, maar de offers werden gebruikt als middel om Wodan (Odin) gunstig te stemmen.

Gerelateerde Informatie

Bronnen

Havamal ("Uitspraken van de Hoge") uit de Poetische Edda.

Germania, door Tacitus (ca. 98 n.Chr.).

Aangemaakt:10 oktober 2000

Gewijzigd:4 juni 2024