Balder
Stervende god. Balder (Baldr of Balðr) was de zoon van Odin en Frigg. Hij was de broer van Höd (Hod). Balder huwde Nanna, de dochter van Nep. Zij hadden een zoon genaamd Forseti. Balder bewoonde een paleis genaamd Breidablik met zijn vrouw, in Asgard.
Balder was de god van de schoonheid. Hij was de meest geliefde van alle goden. Echter, door profetie en Balder’s dromen ontdekten de goden dat hij zou sterven. Zijn moeder Frigg begon aan alle wezens, alle planten en alle levenloze materialen in de wereld een eed af te vragen om haar zoon geen kwaad te berokkenen. Frigg achtte het niet mogelijk dat een maretak haar zoon kon deren, en vroeg daarom geen eed aan het onschuldijke plantje. Loki wist deze informatie van Frigg los te krijgen.
In Asgard speelden de goden gewoonlijk een spel dat zij uiterst vermakelijk vonden. Zij wierpen stenen, speren, zwaarden of welk voorwerp dan ook naar Balder. Geen van deze voorwerpen kon de jonge god deren. Alleen Hod deed niet mee, want hij was blind. Loki naderde de blinde god en vroeg hem met zijn broer mee te spelen. Loki gaf Hod een stuk maretak. Loki stuurde de worp van Hod. Hod wierp de maretak met al zijn kracht naar Balder. De toeschouwers zagen met afgrijzen toe hoe Balder, doorboord door de plant, op slag werd gedood.
Hel, godin van de doden, stemde erin toe Balder vrij te laten en de jonge god weer te laten leven, als elk wezen om Balder zou treuren en tranen zou vergieten. Alle wezens ter wereld weenden om Balder, behalve de reuzin genaamd Thokk of Thanks, die weigerde ook maar een enkele traan te vergieten voor de god. Hel weigerde Balder vrij te laten. Loki werd gestraft voor zijn aandeel in Balder’s dood. (Zie De dood van Balder voor het volledige verhaal.)
Nanna was volledig verwoest en overmande door verdriet. Zij kwijnde weg en stierf.
Na Ragnarok werd Balder herboren, wat het begin van een nieuw tijdperk inluidde.
Balder werd ook door de Germanen vereerd. Balder was een van de zeven goden genoemd in de Tweede Merseburgse Spreuk, een Duits manuscript uit ca. 900 n.Chr. Balder’s paard verzwikte zijn voet, en de passage zou een middel zijn om een verzwikking te genezen door de namen van de goden op te sommen. Andere goden in de Spreuk waren Wodan (Odin), Frija (Frigg), Volla (Fulla), Phol, Sinthgunt en Sunna. De identiteiten van de laatste drie namen zijn onbekend, maar er wordt gespeculeerd dat Phol een andere naam voor Balder was.
