Catullus 89 Vertaling
Inleiding
Catullus heeft meerdere gedichten over Gellius geschreven, en 89 is er een van. In dit gedicht richt hij zich op waarom Gellius zo mager is. Gellius heeft een opvallende seksuele eetlust en Catullus is niet bang om die te benadrukken met volop beledigingen.
In 89 schrijft de dichter over de magerheid van Gellius en hoe die te wijten is aan zijn moeder die zo goedhartig en wellustig is, en zijn zuster die zo charmant is. Hij wijt Gellius’ gestalte ook aan de goedheid van zijn oom en de meisjes die hij overal is tegengekomen. Hoogstwaarschijnlijk komt deze magerheid door Gellius’ incestueuze relaties met zijn familie en zijn seksuele relaties met alle meisjes. Deze opmerkingen maken Gellius’ seksualiteit bijna alomtegenwoordig. Niets is hem verboden volgens de verzen van Catullus.
In deze vertaling is het sleutelwoord mager. In andere vertalingen heeft de omvang van Gellius een andere connotatie. Hij is schriel of broodmager. Zijn moeder is gezond. Zijn zuster is mooi. De andere vrouwen, de meisjes van zijn kennissenkring, zouden nichten kunnen zijn. Het lijkt erop dat Gellius inderdaad graag seks heeft met mensen met wie hij dat niet zou moeten doen.
Dus wat maken we van de laatste twee regels? Het lijkt erop dat hij niet zou moeten aanraken wat hij aanraakt. Maar zelfs als hij die dingen niet zou aanraken, zou hij een andere manier vinden om mager te zijn. Hij moet een onverzadigbare seksuele eetlust hebben en hij zal die bevredigen, wat er ook gebeurt. Zijn verlangen naar seks houdt hem van andere dingen af, dus hij moet wel mager zijn.
Het schriele figuur zou anders ook veroorzaakt kunnen zijn door een seksueel overdraagbare ziekte, want die bestonden in het oude Rome. Catullus zou zeker een dichter zijn die woordspelingen zou gebruiken om te laten zien dat Gellius mager was omdat hij geen moraal had of omdat hij een ziekte had die hem mager hield.
Carmen 89
| Regel | Latijnse tekst | Nederlandse vertaling |
|---|---|---|
| 1 | GELLIVS est tenuis: quid ni? cui tam bona mater | GELLIUS is mager, en hoe kan het ook anders; met zo’n goedhartige moeder, |
| 2 | tamque ualens uiuat tamque uenusta soror | zo wellustig en levendig, en zo’n charmante zuster, |
| 3 | tamque bonus patruus tamque omnia plena puellis | en zo’n goedhartige oom, en overal zoveel meisjes in zijn kennissenkring, |
| 4 | cognatis, quare is desinat esse macer? | waarom zou hij ophouden mager te zijn? |
| 5 | qui ut nihil attingat, nisi quod fas tangere non est, | Zelfs als hij niets aanraakt dan wat niemand mag aanraken, |
| 6 | quantumuis quare sit macer inuenies. | zul je meer dan genoeg redenen vinden waarom hij mager is. |