Catullus 81 Vertaling
Inleiding
In 81 schreef de dichter over Juventius, een van zijn homoseksuele minnaars. Juventius had naast Catullus nog meerdere andere mannelijke minnaars. In dit gedicht schrijft Catullus over een van zijn mannelijke minnaars, die afkomstig is uit de “ziekelijke streek van Pisaurum.”
Catullus vraagt Juventius of er iemand knappers is dan de man uit Pisaurum. Hij merkt op dat de man bleker is dan een verguld standbeeld. Catullus vertelt ook hoe Juventius deze man boven hem verkiest en hoe dat iets teweegbrengt wat Juventius niet begrijpt.
Catullus lijkt verontrust door de keuze van Juventius. Dit gedicht mist de luchtige toon die veel van zijn andere gedichten hebben wanneer hij zich tot Juventius richt. In plaats daarvan heeft Juventius iemand gekozen die bleek is en uit een ziekelijke streek komt. Catullus weet dat er een overvloed aan “knappe” kerels is in het gebied waar zij wonen. Hij begrijpt niet wat Juventius in deze man ziet en waarom hij hem boven Catullus heeft verkozen.
Een verguld standbeeld zou bedekt zijn met goud. De man zou enige kleur op zijn huid hebben, maar hij zou nog steeds behoorlijk bleek zijn, zeker in vergelijking met sommige mensen uit het Middellandse Zeegebied die een donkerdere huidskleur hebben. Omdat Catullus de vergelijking en hyperbool van een verguld standbeeld gebruikt, moet de man uit Pisaurum er goed uitzien. Maar hij moet eigenschappen missen die hem aangenaam maken voor Catullus. Met de verwijzing naar het standbeeld zou de man koudhartig kunnen zijn of een saaie persoonlijkheid hebben, mogelijk zoals Pygmalion en zijn liefde voor Galatea.
Als de man uit Pisaurum uit de ziekelijke streek komt, zou hij gezondheidsproblemen kunnen hebben. In de laatste regel van het gedicht vraagt Catullus zich af welke daden Juventius met de man verricht. Als de man niet gezond is, zou Juventius ziek kunnen worden en mogelijk Catullus ook.
Carmen 81
| Regel | Latijnse tekst | Nederlandse vertaling |
|---|---|---|
| 1 | NEMONE in tanto potuit populo esse, Iuuenti, | KON er in heel dit volk niet, Juventius, |
| 2 | bellus homo, quem tu diligere inciperes. | een knappe kerel gevonden worden van wie je zou gaan houden, |
| 3 | praeterquam iste tuus moribunda ab sede Pisauri | behalve die vriend van jou uit de ziekelijke streek van Pisaurum, |
| 4 | hospes inaurata palladior statua, | bleker dan een verguld standbeeld, |
| 5 | qui tibi nunc cordi est, quem tu praeponere nobis | die nu je hart heeft gestolen, die je boven mij durft te verkiezen, |
| 6 | audes, et nescis quod facinus facias? | en weet je niet welk een misdaad je begaat? |
