Catullus 74 Vertaling
Inleiding
Gellius moet wel de meest gestoorde persoon zijn die Catullus kent. En lezers van Catullus’ poëzie mogen dankbaar zijn, want hij levert genoeg drama. In dit gedicht uit de Gellius-cyclus deelt Catullus hoe Gellius liet zien dat zijn oom een dwaas was.
In dit gedicht had Gellius een oom die mensen bekritiseerde die zich overgaven aan seksuele losbandigheid of genotzucht. Gellius vermeed vervolgens het doelwit te worden van zijn ooms kritiek door diens vrouw te verleiden. Zijn oom had niets meer te zeggen, zo stil als Harpocrates, de god van de stilte.
Gellius was vastbesloten zijn oom ongelijk te geven en zou zelfs fellatio op hem uitvoeren, volgens Catullus en zijn gedachten over de seksuele afwijkeling. Als Gellius dit bij zijn oom deed, zou de oom stil blijven.
Zoals gebruikelijk doet Gellius wat hij wil zonder zich te bekommeren om wat mensen van hem denken; dit is een constant thema in de Gellius-cyclus. Voor Catullus zou dit problematisch kunnen zijn. Hij kan niet doen wat hij wil, vooral niet met Lesbia. Catullus zou jaloers kunnen zijn op Gellius. Niet vanwege zijn seksuele afwijkingen, maar vanwege zijn zorgeloze houding ertegenover.
Dit gedicht heeft een duisternis die verontrustend is. Gellius gaat opzettelijk in tegen wat zijn oom zegt, maar met welk doel? Probeert hij de machtigste in zijn familie te worden? Voelt hij zich seksueel aangetrokken tot zijn familieleden? Dit is niet het enige gedicht waarin hij seksuele relaties heeft met zijn tante, en zijn oom is ervan op de hoogte. Het zwijgen van de oom laat zien dat de oom zwak is, vooral omdat hij er al om bekendstond mensen te berispen die zich overgaven aan losbandig gedrag. Als Gellius vervolgens fellatio op hem uitvoert, maakt het de oom de zwakkere partij in de relatie, volgens de oude opvattingen over homoseksualiteit.
Carmen 74
| Regel | Latijnse tekst | Nederlandse vertaling |
|---|---|---|
| 1 | GELLIVS audierat patruum obiurgare solere, | GELLIUS had gehoord dat zijn oom altijd berispte |
| 2 | si quis delicias diceret aut faceret. | wie er ook maar over genot sprak of het beoefende. |
| 3 | hoc ne ipsi accideret, patrui perdepsuit ipsam | Om dit zelf te voorkomen verleidde hij de vrouw van zijn oom, |
| 4 | uxorem, et patruum reddidit Harpocratem. | en maakte hem zo stom als Harpocrates. |
| 5 | quod uoluit fecit: nam, quamuis irrumet ipsum | Hij deed wat hij wilde; want zelfs al zou hij zijn oom |
| 6 | nunc patruum, uerbum non faciet patruus. | nu zelf bespringen, oom zou geen woord zeggen. |
