Catullus 7 Vertaling
Inleiding
Geschreven in hendecasyllabisch metrum past dit gedicht bij de neoterische (“nieuwe dichters”) stijl die door Catullus werd gehanteerd. Het onderwerp van dit gedicht is niet een oude held of god, maar de heldin op wie hij verliefd is geworden. Lesbia, eigenlijk Clodia, was een vrouw die getrouwd was met een vooraanstaande, machtige man genaamd Quintus Caecilius Metellus Celer. Zoals vaak het geval was onder Romeinen van de hogere klasse, was dit een gearrangeerd huwelijk op basis van financiele en politieke redenen. Hierdoor bestond er geen echte liefde tussen Clodia en Quintus, en dit is waarschijnlijk de reden waarom Clodia genegenheid zocht bij anderen, waaronder Catullus. Het gebruik van het pseudoniem “Lesbia” kan worden gezien als een extra middel om de affaire te verbergen, in plaats van haar naam rechtstreeks te gebruiken.
De genoemde locaties in dit gedicht worden gebruikt als onderdeel van meerdere hyperbolische metaforen waarmee hij zijn genegenheid voor Clodia belijdt. Regel 3 luidt: “zo talrijk als het Libische zand”, wat een toespeling is op ‘oneindigheid’, implicerend dat ‘er nooit genoeg kussen zullen zijn’ voor Catullus. Opgemerkt dient te worden dat de vermelding van Libie niet verward moet worden met het hedendaagse Libie. De Romeinen noemden het continent Afrika ‘Libie’.
Aangezien Clodia meerdere andere minnaars had, kunnen Catullus’ werken over haar als melancholisch worden opgevat. Met de vermelding van de lasarpicium-plant in regel 4 kan men deze melancholische interpretatie afleiden, aangezien deze planten vaak aan vrouwen werden toegediend bij het afbreken van een zwangerschap. Dit kan een uitdrukking zijn van zijn angsten ten aanzien van de andere seksuele ontmoetingen in Clodia’s leven.
Men zou daarnaast een dubbele betekenis kunnen afleiden uit de afstanden van de genoemde locaties en wat die locaties zelf betekenen. “Het heilige graf van de oude Battus”, vermeld in regel 6, lag driehonderd mijl van het Orakel van Jupiter, dat de Romeinen opzochten in de woestijn op zoek naar een ‘visioen’. De letterlijke afstand geeft de lezer een idee van “het aantal Libische zandkorrels” en “hoeveel kussen” er nodig zouden zijn om Catullus’ verlangens te bevredigen. Bovendien zou men kunnen beweren dat voor Catullus het alleen genieten van Clodia’s genegenheid even vluchtig was als het visioen in de woestijn dat de Romeinen zochten.
Daarnaast wordt de passie die Catullus voor Clodia koestert ondermijnd door de complexiteit van hun situatie. Clodia had niet alleen meerdere minnaars, maar van Catullus wordt ook gedacht dat hij een affaire had met de vrouw van een senator: “Zie de geheime liefdesaffaires van mensen… Nieuwsgierigen konden ze niet volledig tellen” (regels 8-11).
De laatste metafoor van het gedicht bevestigt het feit dat er geen aantal kussen was dat “de verliefde dwaas Catullus” (regel 10) kon bevredigen. Met de verwijzing naar “beheksen” (regel 12) bestond het bijgeloof dat als een “specifiek getal” werd geassocieerd met het slachtoffer van een vloek, de vloek krachtiger zou zijn. Opnieuw legt Catullus een dubbele betekenis wanneer hij spreekt over het kussen van zijn geliefde Clodia. Een oneindig aantal zou het aantal kussen zijn om zijn verlangen naar haar te stillen, terwijl het hen tegelijkertijd veilig zou houden voor vloeken.
Carmen 7
| Regel | Latijnse tekst | Nederlandse vertaling |
|---|---|---|
| 1 | QVAERIS, quot mihi basiationes | Je vraagt hoeveel van jouw kussen, |
| 2 | tuae, Lesbia, sint satis superque. | Lesbia, voor mij genoeg en meer dan genoeg zijn. |
| 3 | quam magnus numerus Libyssae harenae | Zo talrijk als het Libische zand |
| 4 | lasarpiciferis iacet Cyrenis | dat ligt in het silphiumrijke Cyrene, |
| 5 | oraclum Iouis inter aestuosi | tussen het orakel van de gloeiende Jupiter |
| 6 | et Batti ueteris sacrum sepulcrum; | en het heilige graf van de oude Battus; |
| 7 | aut quam sidera multa, cum tacet nox, | of zoveel als de sterren die, wanneer de nacht stil is, |
| 8 | furtiuos hominum uident amores: | de verborgen liefdesavonturen der mensen gadeslaan, |
| 9 | tam te basia multa basiare | om jou met zoveel kussen te kussen |
| 10 | uesano satis et super Catullo est, | is genoeg en meer dan genoeg voor jouw verliefde Catullus; |
| 11 | quae nec pernumerare curiosi | kussen die nieuwsgierige ogen niet kunnen tellen |
| 12 | possint nec mala fascinare lingua. | en geen boze tong kan beheksen. |
