1. Home
  2. Klassieke Literatuur
  3. Rome
  4. Catullus
  5. Catullus Vertalingen
  6. Catullus 55 Vertaling

Catullus 55 Vertaling

Classical

Inleiding

In Catullus 55 is de dichter druk bezig met het zoeken naar zijn vriend Camerius. In de eerste twee regels vraagt hij zijn vriend om te laten zien in welke donkere hoek hij zich verschuilt. In de regels drie tot vijf vertelt hij waar hij al heeft gezocht, waaronder de Campus, het Circus, boekwinkels en de tempel van Jupiter. Vervolgens drijft hij de spot met de zuilengang van Pompeius door te vertellen dat hij naar zijn vriend vroeg en dat vrouwen hem antwoordden door hun borsten te ontbloten. Die vrouwen zeiden dat zijn vriend zich tussen hun blote boezem verschool.

In regel 13 vergelijkt Catullus de zoektocht met een Herculische taak. Het is veelzeggend dat deze regel komt na de passage waarin de vrouwen zeggen dat hij zich tussen hun borsten verschuilt. Bedenk dat Hercules bekendstond als een flinke vrouwenversierder, die op een nacht met vijftig vrouwen sliep! In de regels 14 tot en met 17 maakt Catullus toespelingen op belangrijke mythologische locaties en figuren. Hij spreekt over de bewaker van Kreta, Talos. Hij noemt ook Pegasus en hoe hij als het gevleugelde paard door de lucht zou willen zweven. Verder verwijst hij naar Ladas en Perseus, die met zijn gevleugelde schoenen kon vliegen. Hij noemt ook een sneeuwwit span van Rhesus dat hem zou kunnen inhalen. Al deze wezens beschikken over eigenschappen die Catullus zouden helpen zijn vriend te vinden, en hij noemt die eigenschappen in de regels 18 en 19.

In regel 20 denkt de dichter dat Camerius al deze middelen heeft gebruikt, en hij zou graag willen dat zijn vriend hem er ook gebruik van laat maken. Op dit punt is Catullus uitgeput van het zoeken naar zijn vriend; hij vermeldt zijn vermoeidheid in de regels 21 en 22 — hij is moe tot in het merg van zijn botten en valt herhaaldelijk flauw. Vervolgens vraagt hij in regel 24 aan Camerius waarom hij Catullus’ gezelschap weigert. Hij vraagt hem het te vertellen en hem te vertrouwen.

Catullus vraagt dan of vrouwen hem gegijzeld houden. Maar als hij niet wil zeggen waar hij is, ontzegt hij zichzelf de vreugden van de liefde die Venus hem zou schenken als hij zijn liefde maar zou delen met Catullus.

Carmen 55

RegelLatijnse tekstNederlandse vertaling
1ORAMVS, si forte non molestum est,Ik smeek je, als het geen last is,
2demonstres ubi sint tuae tenebrae.wijs mij waar jouw donkere schuilhoek is.
3te Campo quaesiuimus minore,Ik heb je gezocht op de kleine Campus,
4te in Circo, te in omnibus libellis,in het Circus, in alle boekwinkels,
5te in templo summi Iouis sacrato.in de gewijde tempel van grote Jupiter.
6in Magni simul ambulationeEn toen ik in de zuilengang van Pompeius was,
7femellas omnes, amice, prendi,hield ik alle vrouwtjes daar aan, mijn vriend,
8quas uultu uidi tamen sereno.die mij echter met een onbezorgde blik aankeken.
9a, uel te, sic ipse flagitabam,Naar jou bleef ik steeds bij hen vragen:
10”Camerium mihi pessimae puellae!""Geef mij mijn Camerius, ondeugende meisjes!“
11quaedam inquit, nudum reducta pectus,Een van hen ontblootte haar boezem en zei:
12”en hic in roseis latet papillis.""Kijk hier, hij verschuilt zich tussen mijn rozige borsten.”
13sed te iam ferre Herculi labos est.Welnu, jou verdragen is een taak voor Hercules.
14non custos si fingar ille Cretum,Al werd ik in brons gegoten als de legendarische bewaker van Kreta,
15non si Pegaseo ferar volatu,al zou ik omhoog zweven als de vliegende Pegasus,
16non Ladas ego pinnipesve Perseus,al was ik Ladas of de gevleugelde Perseus,
17non Rhesi niveae citaeque bigae:al was ik het snelle sneeuwwitte span van Rhesus — ik zou je niet inhalen:
18adde huc plumipedas volatilesque,voeg hierbij de vedervoetige goden en de gevleugelden,
19ventorumque simul require cursum;en roep daarbij de snelheid van de winden aan;
20quos iunctos, Cameri, mihi dicares,al zou je ze allemaal inspannen, Camerius, en in mijn dienst stellen,
21defessus tamen omnibus medullistoch zou ik uitgeput zijn tot in mijn merg,
22et multis langoribus peresusen verteerd door herhaaldelijke flauwtes,
23essem te, mi amice, quaeritando.mijn vriend, door het zoeken naar jou.
24tanto te in fastu negas, amice.Ontzeg je jezelf zo hoogmoedig, mijn vriend?
25dic nobis ubi sis futurus, edeVertel ons waar je zult zijn, spreek vrijuit,
26audacter, committe, crede luci.vertrouw het me toe, breng het aan het licht.
27nunc te lacteolae tenent puellae?Houden melkwitte meisjes je vast?
28si linguam clauso tenes in ore,Als je je tong achter gesloten lippen houdt,
29fructus proicies amoris omnes.verspil je alle vruchten van de liefde;
30uerbosa gaudet Venus loquella.Venus houdt van een woordenrijke tong.
31uel, si uis, licet obseres palatum,Maar als je wilt, mag je je lippen op slot doen,
32dum uestri sim particeps amoris.zolang je me maar laat delen in je liefde.

Bronnen

VRoma Project

Aangemaakt:1 januari 2025

Gewijzigd:27 oktober 2024