Catullus 52 Vertaling
Inleiding
Dit korte gedicht van Catullus stelt de vraag waarom Catullus niet snel wil sterven. Hij herhaalt de eerste regel in de vierde regel. Daartussen geeft hij twee redenen waarom hij de dood overweegt. Beide redenen zijn politiek van aard en betreffen mensen die Catullus niet respecteert.
In regel twee schrijft Catullus over de curulische zetel, een stoel die bestemd is voor een hooggeplaatste waardigheidsbekleder in Rome. De waardigheidsbekleders die in deze stoel plaatsnamen waren doorgaans magistraten. De curulische zetel kan eruitzien als een kruk met sierlijke, gebogen poten. Dat Nonius in deze stoel zit is problematisch voor Catullus. Lezers moeten dit weten omdat Catullus Nonius “Struma” noemt, wat een infectie van de lymfeklieren is die zich manifesteert als lelijke, zwellende massa’s in de hals en het gezicht — als grote cysten.
Catullus vindt dat Nonius het niet waardig is om in de stoel van een waardigheidsbekleder te zitten, aangezien hij voor de dichter een zieke massa is.
In regel drie laat Catullus zien hoe Vatinius meineed pleegt door te zeggen dat hij consul is. Hij mag dan een officiele consul zijn, maar hij is wellicht niet erg goed in zijn werk. Vatinius diende onder Caesar als consul, maar velen geloofden dat zijn verkiezing was beinvloed door afpersing of door andere consuls. Tijdens Vatinius’ tijd als praetor werd hij beschuldigd van omkoping. Catullus moet geweten hebben dat Vatinius een vertegenwoordiger was van alles wat mis was met de overheid, vooral wanneer ambtenaren hun gezag misbruikten.
Catullus was een trotse Romein. Hij was ook enigszins een idealist die wilde dat politici hun werk met fatsoen deden. Catullus wilde geen zelfmoord plegen vanwege enige corruptie in de overheid, maar zijn hyperbool in het gedicht dwingt lezers wel het probleem op te merken.
Carmen 52
| Regel | Latijnse tekst | Nederlandse vertaling |
|---|---|---|
| 1 | QVID est, Catulle? quid moraris emori? | Wat is er, Catullus? Waarom maakt gij geen haast om te sterven? |
| 2 | sella in curuli struma Nonius sedet, | Nonius Struma zit op de curulische zetel; |
| 3 | per consulatum peierat Vatinius: | Vatinius zweert vals bij zijn consulschap. |
| 4 | quid est, Catulle? quid moraris emori? | Wat is er, Catullus? Waarom maakt gij geen haast om te sterven? |
