1. Home
  2. Klassieke Literatuur
  3. Rome
  4. Catullus
  5. Catullus Vertalingen
  6. Catullus 42 Vertaling

Catullus 42 Vertaling

Classical

Inleiding

In dit gedicht verwijst Catullus naar een vrouw die niet Lesbia is. Hij noemt de vrouw een “lelijk sletje” en vertelt hoe zij zijn tabletten niet wil teruggeven. Op deze tabletten staan zijn gedichten, zijn hendecasyllaben. Catullus wil haar met een vriend achtervolgen om zijn tabletten terug te krijgen.

In regel zeven vraagt hij de lezer wie zij is. Vervolgens beantwoordt hij de vraag. Hij noemt haar degene met de lelijke gang die grijnst als een “ordinaire kwakzalver”. Een kwakzalver is een charlatan, schurk of oplichter. In regel 9 zegt hij dat zij de bek van een hond heeft.

Hij wil met zijn vrienden om haar heen staan en haar uitschelden zodat zij de tabletten teruggeeft. Hij wil haar een smerig sletje of een vuile hoer noemen. Hij verwijst naar haar als smerigheid en een beest, evenals alle andere ergere namen die hij kan bedenken. Aangezien hij Catullus is, kan hij er genoeg bedenken!

Dan zegt hij dat hij er nog niet genoeg over na heeft gedacht. Hij moet de vrouw tot blozen dwingen. Hij gebruikt alliteratie met de woorden blozen, brutaal, beest. Vervolgens wil hij haar met luidere stem toeschreeuwen, dezelfde dingen tegen haar zeggen om de tabletten terug te krijgen. Helaas zal schreeuwen niet opleveren wat Catullus wil. Hij bereikte niets door tegen haar te schreeuwen, want het deert haar niet.

Catullus beseft dan dat hij van methode moet veranderen en haar op een betere manier moet benaderen. In plaats daarvan realiseert hij zich dat een vrouw in zijn voordeel zou handelen als hij haar complimenteert. In de laatste regel zegt hij dat hij haar een ingetogen en kuise maagd moet noemen.

De laatste drie regels van het gedicht lijken niet uit de mond van Catullus te komen. In plaats daarvan schrijft hij ze alsof zijn vriend hem advies geeft over hoe hij van een vrouw kan krijgen wat hij wil.

Carmen 42

RegelLatijnse tekstNederlandse vertaling
1ADESTE, hendecasyllabi, quot estisHierheen van alle kanten, hendecasyllaben, zovelen als
2omnes undique, quotquot estis omnes.jullie zijn, allemaal, zovelen als jullie zijn.
3iocum me putat esse moecha turpis,Een lelijk sletje denkt de spot met mij te kunnen drijven,
4et negat mihi nostra reddituramen zegt dat zij jullie tabletten niet zal teruggeven,
5pugillaria, si pati potestis.als jullie dat kunnen verdragen.
6persequamur eam et reflagitemus.Laten wij haar volgen en ze terugvorderen.
7quae sit, quaeritis? illa, quam uidetisWie zij is, vragen jullie? Degene die jullie zien
8turpe incedere, mimice ac molesteschrijden met een lelijke gang, grijnzend als een ordinaire kwakzalver
9ridentem catuli ore Gallicani.met de bek van een Gallische hond.
10circumsistite eam, et reflagitate,Ga om haar heen staan en eis ze terug:
11’moecha putida, redde codicillos,“Smerig sletje, geef de tabletten terug,
12redde putida moecha, codicillos!‘geef de tabletten terug, smerig sletje!“
13non assis facis? o lutum, lupanar,Geef je er geen cent om? O smerigheid! O schaamteloosheid!
14aut si perditius potes quid esse.of wat ik je nog ergers kan noemen!
15sed non est tamen hoc satis putandum.Maar we moeten dit nog niet genoeg achten.
16quod si non aliud potest ruboremWelnu, als niets anders het kan, laten we dan een blos
17ferreo canis exprimamus ore.afdwingen op het brutale gezicht van het beest:
18conclamate iterum altiore uoce.roep opnieuw met luidere stem,
19’moecha putide, redde codicillos,“Smerig sletje, geef de tabletten terug,
20redde, putida moecha, codicillos!‘geef de tabletten terug, smerig sletje!“
21sed nil proficimus, nihil mouetur.We bereiken er niets mee: het deert haar niet.
22mutanda est ratio modusque uobis,Jullie moeten van plan en methode veranderen,
23siquid proficere amplius potestis:als jullie er zo meer mee bereiken kunnen:
24’pudica et proba, redde codicillos.’”Ingetogen en kuise maagd, geef de tabletten terug.”

Bronnen

VRoma Project

Aangemaakt:1 januari 2025

Gewijzigd:27 oktober 2024