Catullus 40 Vertaling
Inleiding
In dit gedicht beschuldigt Catullus Ravidus ervan dat hij zijn gedichten probeert te bespotten of belachelijk te maken. Catullus begint het gedicht met de vraag wat Ravidus bezielt om zich hals over kop in zijn gedichten te storten. Hij gebruikt het woord “bezatenheid” om Ravidus te bespotten, maar vraagt zich af waar zijn bezatenheid vandaan komt. Het is gemakkelijk te zien dat Catullus over gedichten zal schrijven wanneer hij ze zijn jamben noemt.
Catullus vraagt zich af welke god Ravidus ertoe heeft gebracht het twistgesprek tussen hen te beginnen. Catullus is niet blij met het twistgesprek en noemt het zinloos. Hij beschrijft ook de aanleiding tot het twistgesprek als iets dat Ravidus op een dwaalspoor heeft gebracht. Catullus probeert vervolgens te achterhalen wat Ravidus ertoe dreef om problemen te veroorzaken. Catullus vraagt zich af of hij wilde dat mensen over hem zouden roddelen. Hij vroeg zich ook af wat hij wilde en wat hij wilde weten. Catullus wilde ook weten tegen welke prijs Ravidus kennis over Catullus wilde vergaren.
Aan het einde van het gedicht zegt Catullus dat Ravidus ervoor koos om zijn geliefde lief te hebben, maar hij heeft het niet over Lesbia. Vervolgens sluit hij het gedicht af door te zeggen dat Ravidus er lang spijt van zal hebben. De geliefde is zijn poezie. Ravidus zal betreuren dat hij geprobeerd heeft zijn poezie te bekritiseren. In andere vertalingen wordt de geliefde een minnaar genoemd, helemaal geen dame. Dus Ravidus zou avances kunnen maken bij de mannen van wie Catullus houdt - zoals Juventius. Wat of wie Catullus Ravidus ook beschuldigt van het maken van avances, Catullus is duidelijk boos op deze man en wil dat hem slechte dingen overkomen.
Ravidus neemt geen goede beslissingen en Catullus weet dat. Ravidus probeerde eerst de poezie van Catullus in diskrediet te brengen. Daarna probeerde hij iets of iemand af te pakken waar Catullus van hield. Wanneer mensen Catullus aanvielen, viel hij terug aan in zijn poezie. Aangezien wij nog steeds de reacties en aanvallen van Catullus lezen, is het duidelijk dat hij aan het langste eind trok.
Carmen 40
| Regel | Latijnse tekst | Nederlandse vertaling |
|---|---|---|
| 1 | QVAENAM te mala mens, miselle Rauide, | Welke bezatenheid, mijn arme Ravidus, |
| 2 | agit praecipitem in meos iambos? | drijft jou hals over kop in mijn jamben? |
| 3 | quis deus tibi non bene aduocatus | Welke god, door jou verkeerd aangeroepen, |
| 4 | uecordem parat excitare rixam? | staat op het punt een zinloos twistgesprek te ontketenen? |
| 5 | an ut peruenias in ora uulgi? | Is het omdat je in de monden van het volk wilt komen? |
| 6 | quid uis? qualubet esse notus optas? | Wat wil je? Wil je bekend zijn, om het even hoe? |
| 7 | eris, quandoquidem meos amores | Dat zul je zijn, aangezien je ervoor koos mijn geliefde te beminnen, |
| 8 | cum longa uoluisti amare poena. | en lang zul je er spijt van hebben. |
