Catullus 29 Vertaling
Inleiding
Dit gedicht is weer een gedicht dat zich richt op Mamurra, die Catullus regelmatig “Meneer de Penis” noemt. In de eerste vier regels vraagt Catullus wie kan aanzien wat Mamurra heeft gedaan, terwijl hij schaamte bracht als vraatzuchtig man en gokker. Hij bracht zijn schande helemaal tot in Brittannië. Catullus roept vervolgens Romulus aan, een van de stichters van Rome, om te kijken naar wat Mamurra heeft gedaan. Terwijl hij Romulus aanroept, noemt hij hem een sodomiet of een misbruiker van mannen. Mamurra is ook een sodomiet in de ogen van Catullus, dus deze verwijzing naar Romulus dient om Mamurra verder te verzwakken.
Catullus zegt vervolgens dat Mamurra een spoor trekt door de bedden van zoveel mogelijk mannen, van de laagste man op straat tot de aantrekkelijkste mannen die eruitzien als Adonis. Dan vraagt Catullus zich af waarom Mamurra werd opgeroepen om de Romeinen naar Brittannië te leiden. Hij vraagt zich af of Mamurra werd uitgekozen omdat hij de enige Romein zou zijn die alle mannen die hij tegenkomt zou “verslinden.” Deze woordkeuze was om Mamurra’s onverzadigbare appetijt voor seks met mannen te tonen. Catullus beledigt verder door te suggereren dat hij seks zou hebben met twintig of dertig miljoen!
Catullus blijft Mamurra beledigen door te vragen of hij nog verdorvener kan zijn dan hij al is. En hij vraagt of hij zichzelf en zijn geld al heeft verspild aan wellust en gulzigheid. Mamurra’s bezit werd verwoest, maar werd vervangen door Pontus, toen door Hiberus, en vervolgens door Tagus. Catullus stelt dan een terechte vraag wanneer hij zich afvraagt waarom Mamurra zou worden uitgekozen als de Romein die Galliërs en Britten vrezen. Er moet toch iemand anders zijn.
Het enige dat er te vrezen valt aan Mamurra is hoe hij in staat is huwelijken en relaties te vernietigen. Verder niets. Anders zou hij er kunnen zijn om de aandacht af te leiden van de leider van Rome.
Carmen 29
| Regel | Latijnse tekst | Nederlandse vertaling |
|---|---|---|
| 1 | QVIS hoc potest uidere, quis potest pati, | Wie kan dit aanzien, wie kan dit verdragen, |
| 2 | nisi impudicus et uorax et aleo, | tenzij hij alle schaamte verloren heeft, vraatzuchtig is en een gokker, |
| 3 | Mamurram habere quod Comata Gallia | dat Mamurra zou bezitten wat Gallia Comata |
| 4 | habebat uncti et ultima Britannia? | en het verste Brittannië ooit bezaten? |
| 5 | cinaede Romule haec uidebis et feres? | Sodomiet Romulus, zul jij dit aanzien en verdragen? |
| 6 | es impudicus et uorax et aleo. | Jij bent schaamteloos, vraatzuchtig en een gokker. |
| 7 | et ille nunc superbus et superfluens | En zal hij nu, overmoedig en tot overvloeiens toe, |
| 8 | perambulabit omnium cubilia, | een rondgang maken door ieders bed, |
| 9 | ut albulus columbus aut Adoneus? | als een witte doffer of een Adonis? |
| 10 | cinaede Romule, haec uidebis et feres? | Sodomiet Romulus, zul jij dit aanzien en verdragen? |
| 11 | es impudicus et uorax et aleo. | Jij bent schaamteloos, vraatzuchtig en een gokker. |
| 12 | eone nomine, imperator unice, | Was het hierom, jij enige veldheer, |
| 13 | fuisti in ultima occidentis insula, | dat jij naar het verste eiland in het westen trok? |
| 14 | ut ista uestra diffututa mentula | Was het opdat die versleten losbol van je, Mentula, |
| 15 | ducenties comesset aut trecenties? | twintig of dertig miljoen zou verslinden? |
| 16 | quid est alid sinistra liberalitas? | Wat is anders verdorven vrijgevigheid, als dit het niet is? |
| 17 | parum expatrauit an parum elluatus est? | Heeft hij niet genoeg verspild aan wellust en gulzigheid? |
| 18 | paterna prima lancinata sunt bona, | Zijn vaderlijk erfdeel werd eerst aan flarden gescheurd; |
| 19 | secunda praeda Pontica, inde tertia | toen kwam zijn krijgsbuit uit Pontus, vervolgens als derde |
| 20 | Hibera, quam scit amnis aurifer Tagus: | die uit Hiberië, waarvan de goudvoerende Tagus kan getuigen. |
| 21 | nunc Galliae timetur et Britanniae. | En hem vrezen de Galliërs en Britten? |
| 22 | quid hunc malum fouetis? aut quid hic potest | Waarom steunen jullie beiden deze schurk? Of wat kan hij |
| 23 | nisi uncta deuorare patrimonia? | anders dan rijke erfenissen verslinden? |
| 24 | eone nomine urbis opulentissime | Was het hierom dat jullie, o meest toegewijde schoonvader |
| 25 | socer generque, perdidistis omnia? | en schoonzoon, alles hebben geruïneerd? |
