1. Home
  2. Klassieke Literatuur
  3. Rome
  4. Catullus
  5. Catullus Vertalingen
  6. Catullus 13 Vertaling

Catullus 13 Vertaling

Classical

Inleiding

Gewoonlijk voorzie je als je een vriend uitnodigt voor het diner zelf het eten. Maar niet wanneer Catullus Fabullus uitnodigt voor het diner. In Catullus 13 heeft Catullus een lege portemonnee. Omdat hij geen geld heeft, vraagt hij zijn vriend om het diner mee te nemen, en Catullus doet het met zijn unieke, antieke gevat.

Niet alleen vraagt Catullus dat Fabullus het eten meebrengt, maar hij wil ook dat zijn vriend een meisje, wijn en grappen meeneemt. In ruil daarvoor biedt Catullus liefde, die zoeter is dan welk parfum Venus of Cupido ook aan zijn geliefde (Lesbia) heeft gegeven.

Het gedicht begint onschuldig genoeg, met de uitnodiging om “goed te dineren bij mij, Fabullus.” Maar de voorwaarde van het diner komt snel in regels drie en vijf. In drie vraagt Catullus dat Fabullus “een goed en overvloedig diner meebrengt” en in regel vijf “wijn en geestigheid, en allerlei gelach.” Je kunt Catullus praktisch horen lachen wanneer hij Fabullus vertelt: “Als… je dit allemaal meebrengt… zul je goed dineren.” De regel is humoristisch ondanks dat het overduidelijk is.

Natuurlijk herinnert Catullus Fabullus eraan een mooi meisje mee te nemen. Welk dinerfeest zou compleet zijn zonder een mooie vrouw?

Dit luchtige gedicht laat zien hoe op zijn gemak Catullus is bij zijn vrienden. Hij nodigt zijn vriend vriendelijk uit, maar vraagt hem alles te leveren. Hij vertelt zijn vriend dat hij berooid is. Maar dan vertelt hij zijn vriend in de laatste regel van het gedicht dat hij niets dan neus zal worden. Er zijn verschillende manieren waarop deze laatste regel kan worden opgevat.

De neus zal enorm worden omdat hij al het parfum opneemt dat Catullus hem zal geven. Catullus vertelt Fabullus vervolgens dat wanneer hij het ruikt, hij de goden zal smeken om hem tot louter neus te maken. Dit is om alle geur op te nemen. Dit kan een poging tot humoristische beeldspraak zijn, van een mangrote neus die parfum ruikt. Of het kan een seksuele verwijzing zijn, aangezien het parfum de man doordringt, vooral omdat het parfum afkomstig is van Venus en “de Liefdes,” een verwijzing naar de goden van de liefde, zoals Cupido. Catullus verwijst ook in andere gedichten naar Venussen en Cupido’s.

Voortbordurend op de seksuele verwijzingen zou Catullus Fabullus de gelegenheid kunnen bieden om aan Lesbia’s schaamlipppen te ruiken. Catullus zou het symbool van het door de goden geschonken parfum kunnen gebruiken, dat zijn “pure essentie van de liefde” is (regel negen). Catullus vertelt Fabullus dat als hij het “parfum” ruikt, zijn neus groot zal worden. De groeiende neus zou Fabullus’ penis kunnen zijn, die stijf wordt na het ruiken van Lesbia op de plekken die haar door de liefdegoden zijn geschonken.

Hoewel de Nederlandse vertaling niet hetzelfde ritme, rijm en metrum heeft als de oorspronkelijke Latijnse versie, leest het enigszins als een Shakespeareaans sonnet. Beschouw de eerste 12 regels als de drie kwatrijnen en de laatste twee regels als het afsluitende distichon. Net als Shakespeare bouwt Catullus het verhaal op in de kwatrijnen, maar biedt een onverwachte wending of les in het slotdistichon.

Interessant genoeg, terwijl Catullus zijn vriend Fabullus centraal stelt in het gedicht, weet hij toch Lesbia te complimenteren. Catullus drijft op meerdere manieren de spot met zijn vriend. Maar hij complimenteert Lesbia als iemand die ruikt naar geur die haar door de goden is geschonken. Catullus krijgt misschien een gratis maaltijd van zijn vriend, maar Catullus lijkt echt zijn vrouw aan Fabullus te willen tonen. Catullus haalt twee overwinningen uit deze gelegenheid.

Zoals in veel van Catullus’ briljante gedichten weet hij humor en onverwachte, pikante seksuele toespelingen te vangen. Je zult mogelijk nooit meer op dezelfde manier naar neuzen kijken.

Carmen 13

RegelLatijnse tekstNederlandse vertaling
1CENABIS bene, mi Fabulle, apud me Je zult goed dineren bij mij, Fabullus,
2paucis, si tibi di fauent, diebus, over een paar dagen, als de goden het willen,
3si tecum attuleris bonam atque magnam als je een goed en overvloedig diner meebrengt,
4cenam, non sine candida puella en niet zonder een mooi meisje
5et uino et sale et omnibus cachinnis. en wijn en geestigheid en allerlei gelach.
6haec si, inquam, attuleris, uenuste noster, Als je dit allemaal meebrengt, zeg ik, mijn charmante vriend,
7cenabis bene; nam tui Catulli zul je goed dineren; want de beurs
8plenus sacculus est aranearum. van je Catullus zit vol spinnenwebben.
9sed contra accipies meros amores Maar daar tegenover ontvang je de pure essentie van de liefde,
10seu quid suauius elegantiusue est: of wat er nog zoeter of heerlijker is dan liefde, als zoeter er bestaat;
11nam unguentum dabo, quod meae puellaewant ik zal je een parfum geven dat
12donarunt Veneres Cupidinesque, de Venussen en de Liefdes aan mijn geliefde schonken,
13quod tu cum olfacies, deos rogabis, en wanneer je de geur opsnuift, zul je de goden smeken
14totum ut te faciant, Fabulle, nasum.om jou, Fabullus, helemaal tot neus te maken.

Bronnen

VRoma Project

Aangemaakt:1 januari 2025

Gewijzigd:26 oktober 2024