Catullus 116 Vertaling
Inleiding
In Catullus 116 richt de dichter zich tot een Romeinse auteur genaamd Gellius. In de eerste twee regels vraagt Catullus zich af hoe hij gedichten van Callimachus zou kunnen sturen. Hij wil de gedichten naar Gellius sturen zodat die niet zal proberen hem met projectielen naar zijn hoofd te doden. Gellius moet Catullus’ werk hebben afgekraakt, wat verklaart waarom de dichter in regel zes zegt: “mijn gebeden hebben hier niets uitgehaald.”
In regels zeven en acht vertelt Catullus hoe hij de projectielen zal afweren door zijn arm in een mantel te wikkelen, om vervolgens Gellius ermee te doorboren en te straffen. Naast auteur was Gellius ook een grammaticus. Hij kan Catullus’ werk hebben bekritiseerd, wat de dichter metaforisch als projectielen aanduidt. Om de kritiek te vermijden, zou hij gedichten van de legendarische Callimachus sturen.
Wetende hoezeer Catullus graag met woorden speelt, zouden de projectielen ook een verwijzing naar geslachtsorganen kunnen zijn. Ze zouden hun mannelijke beledigingen naar elkaar kunnen schieten en uiteindelijk stuurt Catullus de zijne en verwondt Gellius. Catullus heeft een brutale toon in dit gedicht. Hij wil Gellius duidelijk gelukkig maken maar is er op eigen kracht niet toe in staat. Hij heeft de hulp van een andere dichter (mogelijk een betere) nodig om Gellius ervan te weerhouden hem aan te vallen.
Dit gedicht zou ook een flirterige toon kunnen hebben, aangezien hij Gellius wil behagen en hem met projectielen wil treffen. Hij verwijst naar het sussen van een man, het laten regenen van projectielen bij zijn hoofd, het pareren met projectielen, en het doorboren en straffen ermee. Dit zouden seksuele toespelingen richting Gellius kunnen zijn.
Naast zijn brutale toon zou het gedicht ook met een vleugje frustratie gelezen kunnen worden. Hij wil duidelijk mensen behagen (dit is een veelvoorkomend thema in andere gedichten van Catullus). De projectielen die Gellius stuurt zouden negatieve woorden kunnen zijn. Maar Catullus kan net zo hard terugslaan met zijn eigen negatieve woorden (projectielen) richting zijn vijand.
Carmen 116
| Regel | Latijnse tekst | Nederlandse vertaling |
|---|---|---|
| 1 | SAEPE tibi studioso animo uenante requirens | IK heb vaak met ijverig zoekende geest nagedacht |
| 2 | carmina uti possem mittere Battiadae, | hoe ik je gedichten van Callimachus zou kunnen sturen, |
| 3 | qui te lenirem nobis, neu conarere | waarmee ik je gunstig voor mij zou stemmen, opdat je niet zou proberen |
| 4 | tela infesta mittere in usque caput, | een regen van projectielen naar mijn hoofd te slingeren; |
| 5 | hunc uideo mihi nunc frustra sumptum esse laborem, | maar nu zie ik dat deze moeite tevergeefs is geweest, |
| 6 | Gelli, nec nostras hic ualuisse preces. | Gellius, en dat mijn gebeden hier niets hebben uitgehaald. |
| 7 | contra nos tela ista tua euitabimus amictu | Nu zal ik op mijn beurt die projectielen van jou afweren door mijn mantel om mijn arm te wikkelen; |
| 8 | at fixus nostris tu dabis supplicium. | maar jij zult door de mijne doorboord en gestraft worden. |
