1. Home
  2. Klassieke Literatuur
  3. Rome
  4. Catullus
  5. Catullus Vertalingen
  6. Catullus 104 Vertaling

Catullus 104 Vertaling

Classical

Inleiding In dit gedicht stelt Catullus de vraag waarom “jij en Tappo” alles tot iets buitengewoons maken. In de eerste regel van het gedicht bevraagt Catullus iemand die denkt dat hij kwaad zou kunnen spreken over “mijn leven”, wat een verwijzing is naar Lesbia, de vrouw van wie hij houdt. In regel twee zegt hij dat zij hem dierbaarder is dan beide ogen.

Vervolgens deelt hij in regel drie en vier mee dat hij nooit kwaad over haar had kunnen spreken. Maar twee mensen, waaronder een naamloze persoon en Tappo, zijn buitengewoon of abnormaal onnatuurlijk. Catullus deelt in regel drie mee dat hij rampzalig verliefd is op Lesbia. Dit roept de vraag op wat deze mensen tot iets buitengewoons maken. Wat het ook is, het heeft te maken met Catullus’ liefde voor Lesbia.

In andere vertalingen is het woord voorteken gebruikt in plaats van buitengewoon. Het woord is logischer dan buitengewoon. Een voorteken is een teken dat er iets groots gaat gebeuren. Het zou ook kunnen betekenen dat Tappo en zijn vriend klaarstaan om drama te creeren en geruchten te verspreiden. Ze zullen verhalen verzinnen over Catullus en Lesbia.

Interessant is dat de uitdrukking non potui “op het moment van schrijven” betekent. Dus op dat moment kon hij niet kwaad over Lesbia hebben gesproken. Maar later wordt Catullus wel ontvallen in zijn liefde voor Lesbia. Zij krijgt uiteindelijk een relatie met een andere man terwijl ze bij Catullus is en bij haar echtgenoot. Dus tijdens zijn tijd met Lesbia kon hij niet kwaad over haar hebben gesproken. Maar op een ander moment had hij dat wel gekund. Merk op dat Catullus het woord “rampzalig” gebruikt om zijn liefde voor Lesbia te beschrijven. Hij schreef dit aan het einde van de relatie, wetende dat een ondergang op komst was. Echter, zijn relatie met Lesbia is niet iets waar andere mensen zich druk over zouden moeten maken, want het is zijn leven, niet het hunne.

Carmen 104

RegelLatijnse tekstNederlandse vertaling
1CREDIS me potuisse meae maledicere uitae,Denk je dat ik ooit kwaad had kunnen spreken over mijn leven,
2ambobus mihi quae carior est oculis?over haar die mij dierbaarder is dan beide ogen?
3non potui, nec, si possem, tam perdite amarem:Nee, dat had ik nooit gekund; en als ik het kon voorkomen, zou ik niet zo rampzalig verliefd zijn.
4sed tu cum Tappone omnia monstra facis.Maar jij en Tappo maken van alles iets ongehoords.

Bronnen

VRoma Project

Aangemaakt:1 januari 2025

Gewijzigd:26 oktober 2024