Frodi
Koning van Denemarken. Volgens de IJslandse traditie, met name uit de Poetische Edda en de Proza-Edda, markeerde Frodi’s heerschappij een periode van vrede in de noordelijke koninkrijken.
Volgens zowel de IJslandse Poetische Edda (met name de Grottasong) als de Proza-Edda was Frodi een zoon van Fridleif, waardoor hij vaak Fridleifsson werd genoemd, en hij was de kleinzoon van Skiold, stichter van het Deense koningshuis op het eiland Seeland. In de Ynglinga Saga schreef Snorri dat Frodi een zoon was van Dan, en vader van Halfdan en Fridleif; dit spreekt de Proza-Edda tegen, waarin Snorri zegt dat Fridleif Frodi’s vader was. En in de Hrolfs saga Kraka is het niet bekend wie zijn vader was, en was Halfdan zijn broer. Er worden geen zoon of dochter vermeld, dus men zou aannemen dat hij kinderloos stierf.
Anderzijds werd Frodi in de Skjoldunga Saga Frodo genoemd. Hij was de zoon van Ingialldus en de vader van Halfdanus (Halfdan).
Saxo noemde Frodi Frode, een zoon van Hadding en Hardgrep, dochter van Wagnhofde. Frode had twee zussen, Swanhwid en Ulfhild. Frode was de vader van Ro (Hror) en Helge.
In de Hrolfs saga Kraka vermoordde zijn broer Halfdan, die koning van Denemarken was, door Frodi om de troon te bemachtigen. Frodi bleek een tiran te zijn. Hij probeerde tevergeefs de zonen van Halfdan, Helgi en Hroar, te laten vermoorden. Zijn jonge neven staken zijn paleis in brand, en Frodi kwam om het leven.
In de Grottasong, een Eddaisch gedicht, is er geen aanwijzing dat Frodi zijn broer vermoordde om de Deense troon te bemachtigen. Zijn heerschappij werd gekenmerkt door een lange periode van vrede in het Noorden, waar geen oorlog en moord was. Volgens Snorri (in de Ynglinga Saga) werd hij Frode Mikellati genoemd.