Aegir
God van de zee en de oceaan.
Hij woonde in een hal op de bodem van de zee nabij het eiland Hler (of Hlesey) met zijn vrouw en gemalin, Ran. Aegir werd ook wel Hler en Gymir genoemd. Het is onzeker of hij een Aesir-god was, aangezien Snorri Sturluson zijn naam niet opnam in de lijst, hoewel zijn vrouw wel in de lijst van Asyniur (vrouwelijke Aesir) vermeld stond.
Aegir was de vader van de negen dochters die bekend stonden als de Negen Golven (negen reuzinnen). Zijn dochters werden de moeders van zijn kleinzoon, Heimdall. Hun namen worden hieronder vermeld:
| Himinglæva | ”hemelreikster” |
| Dufa | ”dompelaarster” |
| Blodughadd, Blóðughadda | ”bloedig haar” |
| Hefring | ”geit” |
| Unn, Unnr, Uð | ”golf” |
| Hronn | ”golf” |
| Bylgia | ”deining” |
| Drofn | ”breker” of “schuimende zee” |
| Kolga | ”koude golf” |
Aegir was een van de sprekers (de andere was Bragi) in de dialoog in Snorri’s Edda, genaamd Skaldskaparmal (“Taal der Poëzie”), waarin vele verhalen over de Aesir en de mensheid werden verteld.
Aegir organiseerde vaak feesten of banketten voor de goden in zijn hal. Zijn dienaren heetten Fimafeng en Eldir. Om ervoor te zorgen dat al zijn gasten genoeg bier hadden voor zijn feest, stuurde hij Thor eropuit om een ketel te halen bij de reus Hymir.