De Gratiën
Personificaties van schoonheid en genade. Bij de Grieken stonden zij bekend als Charites en bij de Romeinen als Gratiae. Zij waren de drie dochters van Zeus en Eurynome, de dochter van Oceanus en Tethys. De drie zusters heetten: Charis of Aglaea (”Glans”), Euphrosyne (”Vreugde”) en Thalia of Pasithea (”Goed Humor”).
Bij Homerus beloofde Hera tijdens de gevechten bij Troje aan Hypnos dat de god van de slaap met Pasithea zou mogen trouwen als hij zou helpen Zeus in slaap te brengen.
Later, toen de zee-godin Thetis naar Hephaestus ging om nieuwe wapenrusting voor haar zoon te vragen, schreef Homerus dat Hephaestus gehuwd was met Charis of Aglaea, en niet met de liefdegodin Aphrodite.
De Gratiën woonden op de Olympus bij de Olympiërs, meestal als gezelschapsdames van Aphrodite, of soms als dienaressen van Hera. De Gratiën werden voor het eerst vereerd aan de rivier de Cephisus in Orchomenus, Boeotië. Eteoclus, zoon van de riviergod Cephisus, was de allereerste die aan de Gratiën offerde.
Zij waren een populair thema in de kunst en werden meestal afgebeeld als naakte figuren die samen dansten.
Gerelateerde informatie
Naam
Charites, Χάριτες – ''Gratiën'' (Grieks).
Gratiae (Romeins).
Godinnen
Charis of Aglaea – ''Glans''
Euphrosyne – ''Vreugde''
Thalia, Θαλία, of Pasithea – ''Goed Humor''
