Hermaphroditus en Salmacis
Hermaphroditus (Ἑρμαφρόδιτος) was de zoon van Hermes en Aphrodite. Hermaphroditus groeide uit tot de mooiste jongeling van de wereld in die tijd. De naiaden (nimfen) hadden Hermaphroditus grootgebracht op de berg Ida in Lycië.
Op een dag verliet hij zijn thuis en arriveerde hij bij de bron in de buurt van Halicarnassus, in Carië. De bron was genoemd naar de nimf Salmacis. Deze nimf werd wanhopig verliefd op Hermaphroditus, maar slaagde er niet in hem te verleiden. Toen hij echter in haar bron baadde, wierp Salmacis zich op de verschrikte jongeling en klampte zich aan hem vast, met armen en benen om zijn mooie lichaam geslagen. Salmacis kuste de jongen, die haar probeerde af te weren.
Daarop bad Salmacis tot de goden dat zij nooit meer van elkaar gescheiden zouden worden. De goden verhoorden haar gebed door hun lichamen samen te smelten en te verenigen.
Tot Hermaphroditus’ afgrijzen had zijn lichaam nu een vrouwens boezem en vrouwelijke geslachtsdelen, naast zijn eigen mannelijke geslachtsdelen. Hermaphroditus was diep geschokt door deze transformatie toen hij uit de bron tevoorschijn kwam. Hij bad tot zijn vader en zijn moeder dat elke man of jongen die in deze vijver baadde hetzelfde lot en dezelfde transformatie zou ondergaan als hij: half man, half vrouw worden.
Hier komt de naam hermafrodiet vandaan, waarmee een persoon wordt aangeduid die de geslachtsdelen van beide seksen bezit. Dit is een zeer zeldzame aandoening bij mensen. Het komt vaker voor bij planten en ongewervelde dieren (zoals wormen of slakken).